De wetgevingskwaliteit maakt het voorwerp uit van een toenemende wetenschappelijke belangstelling, terwijl wetgeving ook voor de overheid een uitgesproken aandachtspunt is geworden, ook al wordt die aandacht op de diverse staatkundige niveaus op een andere wijze vertaald en is zij gradueel verschillend.
In dit boek worden diverse aspecten besproken die kenmerkend zijn voor de hedendaagse wetgeving, wordt stilgestaan bij de rol van de onderscheiden staatsorganen in het wetgevingsproces en bij de gewijzigde, instrumentalistische aard van de wetgeving, en wordt nagegaan of de vaak gehoorde roep om deregulering niet aan enige nuancering toe is. Tevens wordt aandacht besteed aan verscheidene alternatieven voor klassieke regelgeving, waarvan wellicht niet steeds ten volle de mogelijkheden worden benut in de moderne, op eenzijdige regelgeving gerichte maatschappij.
Daarnaast krijgen sommige actuele begrippen die in de legisprudentie of wetgevingstheorie opgang hebben gemaakt, zoals "reguleringsimpactanalyse", "wetsevaluatie", "regelgevingsagenda", "administratieve vereenvoudiging" en "horizonwetgeving", nadere duiding.
Met dit boek wordt bevestigd dat de wetgevingsstudie al lang niet meer beperkt blijft tot de legistiek of de vormelijke opmaak van normatieve teksten – hoe belangrijk en nuttig deze activiteit ook is voor een goede wetskwaliteit –, maar dat die studie zich uitstrekt tot het onderzoek van de inhoudelijke kwaliteit, de functie, de efficiëntie en de effectiviteit van de regelgeving.
Raadpleeg de integrale inhoudstafel in pdf
inhoud