Het boek geeft een doorlichting van de procedurele aspecten van de recente wet 6 april 2010 op de marktpraktijken en de bescherming van de consument.
Deze nieuwe wetgeving die twee nieuwe wetten behelst, enerzijds de WMPC, anderzijds de procedureregels die hierop van toepassing zijn (of de RPWMPC) heeft een aantal wijzigingen aangebracht op het vlak van de procedure. Ze heeft de belangrijkste verworvenheden van de procedureregels van de vordering tot staking behouden, en dan wordt meer bepaald verwezen naar de bescherming van de intellectuele eigendomsrechten, maar ook naar deze evolutie die, gesteund door de Europese wetgever, de consumentenbescherming meer en meer ingang doet vinden in het economisch recht.
Het werk analyseert op een systematische en grondige manier de stakingsvordering inzake handelspraktijken.
Het is een praktijkgerichte handleiding voor eenieder die te maken heeft met een vordering tot staking of een strafvordering op grond van deze wet. Zo worden de verschillende stappen van de procedure overlopen en wordt aandacht besteed aan een reeks verweermiddelen die doorgaans worden gebruikt.
Zoals het een rechtspraktizijn past en zoals past in een boek voor rechtsbeoefenaars wordt elk onderdeel met praktijkvoorbeelden geïllustreerd en werd bij het uitwerken van de deelonderdelen gekozen voor een vanuit de rijke praktijkervaring gestuurde benadering.
De praktische aanwendbaarheid van het boek wordt tot slot nog bevorderd door de bijlagen, waarmee het werk afsluit.
Die bestaan uit een concordantietabel tussen de bepalingen uit de WHPC van 1991 en de bepalingen uit de WMPC/RPWMPC van 2010 alsook een nuttige overzichtstabel met per intellectueel eigendomsrecht een verwijzing naar de materieel en territoriaal bevoegde rechtbank en de rechtsbasis daarvoor.
verkorte inhoudstafel:
DEEL 1. DE VORDERING TOT STAKING
I. Historische evolutie van de vordering tussen concurrenten
II. Toepassingsgebied
III. Actoren van de vordering tot staking (Wie mag ze instellen? Tegen wie?)
IV. Bevoegdheid
V. Vordering betre‑ ende een benaming van oorsprong
VI. Collectieve consumentenovereenkomsten
DEEL 2. DE STRAFVORDERING
DEEL 3. DE GEMEENRECHTELIJKE VORDERING
I. Aard en grondslag
II. De bevoegdheid
III. Actoren (Wie mag ze instellen? Tegen wie?)
IV. Voorwerp van de vordering
V. De procedure 1. De vrijwaring 2. Bewijs 3. Verjaring
VI. Vordering in kort geding
VII. Burgerlijke vordering op basis van de strafvordering
DEEL 4. DE WAARSCHUWINGSPROCEDURE
I. Algemene bepalingen
II. Voorverpakte producten
III. De grondwettelijkheid van de artikelen 123, 133 en 136 WMPC
DEEL 5. OPSPORINGEN EN VASTSTELLINGEN VAN DE INBREUKEN
I. Bevoegde ambtenaren
II. Bevoegdheden
III. Bijstand en controle
IV. Waarschuwingsprocedure
V. Vorderingen op initiatief van de minister
VI. Beslag
VII. Voorstel tot minnelijke schikking
Bijlagen
1. Concordantietabel WHPC van 1991 en de bepalingen uit de WMPC/RPWMPC van 2010
2 Overzichtstabel met per intellectueel eigendomsrecht een verwijzing naar de materieel en territoriaal bevoegde rechtbank en de rechtsbasis daarvoor, en dit per type van vordering.
Raadpleeg de integrale inhoudstafel (pdf hieronder)
integrale inhoud