Nieuwe perspectieven voor uiterste wilsbeschikkingen:
Het legaat met keuzeverlening, waarbij de testator niet zelf de legataris kiest, maar een andere persoon ermee gelast na zijn overlijden en volgens zijn richtlijnen de begunstigde(n) van het legaat aan te duiden, vindt zijn oorsprong in het Romeinse recht. Onder het oude Franse erfrecht heeft de rechtsfiguur van de testamentaire keuzeverlening zich, vooral als complement van erfrechtelijke substituties, ontwikkeld tot een zeer populair instrument van familiale vermogensplanning.
Sinds de afschaffing van het recht tot testamentaire keuzeverlening tijdens de Franse Revolutie, als sluitstuk van het algemeen verbod van substituties, en sinds de afwijzing ervan tijdens de voorbereidende werken tot de Code civil, is deze rechtsfiguur in de vergetelheid geraakt. Nochtans kan het legaat met keuzeverlening ook nu nog interessante perspectieven bieden, vooral voor testatoren die hun uiterste wilsbeschikkingen wensen te modaliseren in functie van omstandigheden die op het tijdstip van de redactie van het testament nog niet te overzien zijn. Onderzoek naar de rechtsgeldigheid van deze rechtsfiguur onder het vigerend recht leert dat testamentaire keuzeverlening, toegepast binnen zekere grenzen, perfect verenigbaar is met de bepalingen en beginselen van het Burgerlijk Wetboek en het door de eerste commentatoren van de Code civil gehuldigde verbod van keuzeverlening, gesteund op de intermediaire wetgeving, niet onderschreven kan worden.
Raadpleeg de integrale inhoudstafel
integrale inhoud