Creatieve en actuele toepassingen van erfdienstbaarheden in de moderne vastgoedpraktijk:
Privaatrechtelijke erfdienstbaarheden zijn bijzonder actueel. In nagenoeg elke vastgoedtransactie komen erfdienstbaarheden aan de orde, en al te vaak wordt dit hoofdstuk uit de authentieke overdrachtsakte veronachtzaamd.
- In welke mate kunnen zij als alternatief fungeren voor andere gebruiksrechten?
- Moeten privaatrechtelijke erfdienstbaarheden vermeld worden in de overdrachtsakte van het heersend en het lijdend erf en wat zijn de gevolgen van een niet-vermelding?
- Hoe verhouden het recht van uitweg, het recht van overgang, de losweg en de buurtweg zich tot elkaar?
- …..
Dit zijn slechts enkele van de vele vragen die privaatrechtelijke erfdienstbaarheden dagelijks in de moderne vastgoedpraktijk doen rijzen en waarop in dit boek een antwoord wordt geformuleerd.
Antwoorden op vragen die een modern gebruik van erfdienstbaarheden met zich meebrengt:
In totaal worden in dit boek twaalf voor de praktijk relevante vragen beantwoord, waarbij moderne of innoverende stellingnames niet worden geschuwd. Slechts door hen op een innovatieve wijze te benaderen en hen door een 21ste eeuwse bril te bekijken, kunnen privaatrechtelijke erfdienstbaarheden immers geschikt worden gemaakt om ten volle tegemoet te komen aan de noden van de moderne vastgoedpraktijk.
Dit boek plaatst een aantal creatieve en actuele toepassingen van de vaak als oud en archaïsch gepercipieerde rechtsfiguur erfdienstbaarheden op de voorgrond. Het analyseert niet alleen de goederenrechtelijke dimensie, maar ook de contractuele, procedurele en algemeen verbintenisrechtelijke vraagstukken die een modern gebruik van erfdienstbaarheden met zich meebrengt.
Vermogensrechtelijke bijdrage aan de reikwijdte en grenzen van erfdienstbaarheden:
Bovendien beoogt dit boek de hedendaagse twistpunten te belichten en uit te klaren. Veel van die twistpunten hebben betrekking op de situering van erfdienstbaarheden in het veranderende vermogensrecht. Het onderscheid tussen zakelijke rechten en persoonlijke rechten is de laatste decennia van een substantieel tot een gradueel onderscheid verwaterd. De kwalificatie en de rol van erfdienstbaarheden leiden daardoor in de vastgoedpraktijk steeds vaker tot betwistingen die de grenslijn tussen het verbintenissenrecht en het goederenrecht op de proef stellen.
Verkorte inhoudstafel
Hoofdstuk I. Wanneer bestaat een dienstbaarheid ten behoeve van een heersend erf?
1. Erfdienstbaarheden zijn accessoir aan het heersend erf
2. Voor en tot nut van het heersend erf
3. Kan een heersend erf enkel een stuk grond of een gebouw zijn, dan wel ook een bouwwerk of een beperkt zakelijk recht?
4. Kunnen erfdienstbaarheden worden gevestigd in een mede-eigendom ten voordele van gemeenschappelijke of privatieve delen?
Hoofdstuk II. Wanneer bestaat een dienstbaarheid ten laste van een lijdend erf?
1. Het objectieve karakter van erfdienstbaarheden aan de passiefzijde
2. Voorstel tot een nieuwe benadering van het negatieve karakter van erfdienstbaarheden aan de passiefzijde
3. Het intuitu rei-karakter van erfdienstbaarheden
Hoofdstuk III. Wat zijn de gevolgen indien niet aan de bestaansvoorwaarden voor erfdienstbaarheden is voldaan?
Hoofdstuk IV. Kan een erfdienstbaarheid ontstaan door langdurige feitelijke uitoefening?
1. Enkel erfdienstbaarheden die voortdurend en zichtbaar zijn
2. Vereisten gesteld aan het verjaringsbezit
3. Out of the box pleidooi voor een verruiming van de verjaringsmogelijkheden bij erfdienstbaarheden
Hoofdstuk V. Kan een erfdienstbaarheid worden gebruikt als alternatief voor andere gebruiksrechten?
1. Algemeen
2. Erfdienstbaarheden als alternatief voor het appartementsrecht
3. Erfdienstbaarheden als alternatief voor het opstalrecht
Hoofdstuk VI. Wat zijn de gevolgen van de niet-vermelding van erfdienstbaarheden in een overdrachtsakte van het lijdend erf?
1. Probleemstelling
2. Verbintenisrechtelijke remedies
3. Zakenrechtelijke remedies
Hoofdstuk VII. Wat zijn de gevolgen van de niet-vermelding van erfdienstbaarheden in een overdrachtsakte van het heersend erf?
Hoofdstuk VIII. Wat houden het verzwaringsverbod aan de actiefzijde en het verminderingsverbod aan de passiefzijde in?
1. Beperkingen voor de eigenaar van het lijdend erf (verminderingsverbod)
2. Beperkingen voor de eigenaar van het heersend erf (verzwaringsverbod)
Hoofdstuk IX. Hoe verhouden een recht van overgang, uitweg, losweg en buurtweg zich tot elkaar?
Hoofdstuk X. Het einde van erfdienstbaarheden
1. Is het een notariële verplichting om de actualiteit van de erfdienstbaarheden te onderzoeken?
2. Enkele wijzen van tenietgaan
Hoofdstuk XI. Wat is het lot van erfdienstbaarheden bij onteigening/ruilverkaveling van het lijdend erf?
Hoofdstuk XII. Constitutionalisering van erfdienstbaarheden
Raadpleeg de integrale inhoudstafel en het voorwoord (pdf hieornder)
integrale inhoud